Sovulo

Ella Sovulo

Over Ella Sovulo


Me moet van het hart dat ik zo’n stukje over mezelf – hoewel het niet mag ontbreken op m’n eigen website – eigenlijk lastig vind om te schrijven. Een beetje pretentieus, alsof ik mezelf heel interessant vind. Om die schijn te vermijden had ik mijn eerste opzet kort en zakelijk gehouden, wat resulteerde in een cv-achtige opsomming, die ik maar weer gedeletet heb. Hier mijn tweede poging, die hopelijk wat persoonlijker aan zal voelen.

Het zal je vast niet verbazen dat ik las en schreef zoveel ik kon zodra ik deze vaardigheden geleerd had. Toen ik acht was schreef ik mijn eerste boek, met mijn favoriete paarse pen. Het ging over twee kinderen in een bos in Noorwegen. Eerst werden ze bijna verscheurd door wolven, als ik het me goed herinner, en daarna werden ze door kinderlokkers meegenomen. De kinderen wisten echter aan deze enge mannen te ontkomen door ze in de vlammen van een bosbrand te duwen. Het verhaal was geheel geïllustreerd met tekeningen van kinderen met mutsen op, bomen, wolven en de zwartgeblakerde geraamtes van de kinderlokkers in de vlammenzee. Blijkbaar had ik als kind weinig moeite met zulke bruutheden, terwijl ik nu mijn handen over mijn oren doe en mijn ogen stijf dichtknijp bij de getoonde gruwelen in ‘Game of Thrones’ bijvoorbeeld. Helaas is het tekenblok waarin ik mijn eerste verhaal had opgetekend verloren gegaan. Ik hoop het stiekem ooit nog terug te vinden in de rommelkast op de zolder bij mijn ouders, waar ook nog kinderspellen en puzzels uit die tijd bewaard worden, maar ik ben bang dat het ooit eens met het oud papier is meegegaan.

Op de basisschool hield ik het meest van de vakken taal, geschiedenis, tekenen en natuurkennis. Eigenlijk is daar niets aan veranderd. Als ik niet buiten was en deed alsof ik een ridder of ontdekkingsreiziger was, deed ik weinig anders dan tekenen, lezen en schrijven. Ik was helemaal in mijn nopjes als de vloer van mijn kamer bezaaid was met papier: tekeningen, schriften, knipsels en knutselmateriaal. Ik ging helemaal op in mijn verhalen en maakte andere mensen er ook graag deelgenoot van. Ik genoot er bijvoorbeeld van om samen met een schoolvriendin theaterstukjes te schrijven en uit te voeren. Ik durfde alleen het podium op als ik mijn eigen verzinsels uit mocht beelden. Die waren meestal dramatisch, fantastisch en raar. En super hilarisch. De zaal lag in een deuk. Als ik daarentegen een bestaand stuk uit mijn hoofd moest leren, voelde ik me een houten Klaas en helemaal niet op mijn gemak.

Op de middelbare school had ik moeite met samenvatten en structureren. De wereld ervoer ik als iets oneindigs en beweeglijks. Ik legde gemakkelijk verbanden. Voor mij was iets al heel gauw logisch, ook als het voor anderen een onsamenhangende brei was. Ik dacht niet in hoofd- en bijzaken. Ik had twee motto’s: ‘ik weet alles nog’ en ‘alles is belangrijk’. Als ik voor geschiedenis een werkstuk maakte, liet ik me meeslepen door de levens van relatief onbelangrijke figuren, en weidde ik uit over bijzaken waarvoor ik een verklaring wilde geven, die ik nergens in mijn boeken tegenkwam. Het eindigde er meestal mee dat ik na de kritiek van de leraar ertoe over ging een stuk uit een boek over te schrijven waarvoor ik altijd wel een voldoende kreeg. Pas in de vijfde klas van het VWO kreeg ik het gestructureerd schrijven en samenvatten goed onder de knie.

In de vierde klas blies ik samen met vier andere leerlingen de schoolkrant nieuw leven in, die een tijdje op zijn gat had gelegen vanwege censuur door leraren die vonden dat schuttingtaal niet in de schoolkrant thuishoorde, terwijl de puberende leerlingen juist behoefte hadden aan de uitlaatklep die werd geboden door de woorden ‘kut’ en ‘klote’. Die woorden mochten we dus niet meer gebruiken, maar verder kregen we alle zegen. Ik zat vooral bij het redactiegroepje om wat van mijn eigen creaties te publiceren. In eerste instantie vooral tekeningen, want daar had ik in die tijd meer vertrouwen in dan in mijn schrijfsels. Later nam een goede vriendin van mij de redactie over en kwam het schoolkrantproject in een sneltreinvaart. Iedere maand verscheen er nu eentje en ik publiceerde in elke aflevering wel een verhaal of tekening. Ik schreef sprookjes, dromen en grappige verhalen. Mijn lerares Nederlands kwam op een keer naar me toe en zei dat ze vond dat mijn laatste verhaal in stijl leek op de romans van Arnon Grunberg. Zijn naam kende ik goed, dus ik was meteen gevleid. Ik had alleen nog niets van hem gelezen en vond het een goede aanleiding meteen twee boeken van hem aan te schaffen. Ik ben hem sindsdien blijven lezen.

Omdat Latijn en Grieks mijn lievelingsvakken waren, ging ik Klassieke Talen studeren. Ik was dol op het ontrafelen van de teksten en de besprekingen van inhoud en context. Grammatica gaf mij een warm gevoel van binnen en is nog steeds een van mijn liefdes. Ik had een voorstelling van de universiteit als van het VWO, maar dan acht uur per dag alleen maar de vakken Latijn en Grieks. Ik dacht dat ik aan het einde van mijn studie Ovidius en Herodotus zou lezen als de krant. Hoewel ik geen spijt heb van mijn studiekeuze en het zo nog een keer zou doen, was de realiteit wel een beetje anders. Na twee weken taalverwervingscursussen, die ik super leuk vond, werden alle studenten geacht de klassieke talen te beheersen en werd aan taalverwerving de resterende zes jaar amper nog aandacht besteed. Vertalen deed je maar in je eigen tijd. Het werd trouwens ook ‘lezen’ genoemd, wat het voor de meeste studenten nooit werd, vermoed ik. Voor mij in elk geval niet. Over de inhoud en de context hadden we het wel, gelukkig, en daarover schreven wij als studenten het ene na het andere paper. In mijn eerste jaar kreeg ik te horen dat ik ‘aanstekelijk’ schreef. Ik begreep dat het niet als zodanig bedoeld was, maar ik vatte het toch op als een compliment. Het kwam er echter wel op neer dat als ik aanstekelijk bleef schrijven, ik over het algemeen niet hoger dan een 6,5 kreeg. Langzamerhand werd alle creativiteit uit mij geslagen. Het academisch schrijven heb ik me goed eigen gemaakt, maar in mijn vrije tijd schreef en tekende ik nooit meer. Na mijn studie ging er een aantal jaren voorbij waarin ik analyses, onderzoeksrapporten en aanbevelingen schreef voor mijn werkgevers en opdrachtgevers. Daar had ik plezier in, maar er knaagde toch iets. Ik deed weinig meer met mijn creatieve vermogens.

Daar moest weer verandering in komen. Tijdens een sabbatical ben ik aan mijn eerste boek begonnen. Ter voorbereiding op het sabbatical had ik nagedacht over de dingen die ik in mijn leven gedaan wilde hebben en een boek schrijven stond bovenaan de lijst. Dat moest ik dus maar eens gaan doen. Het boek is inmiddels klaar. Binnenkort ga ik het uitgeven onder de naam ‘Jera en het tijdperkenlabyrint’. Het is een avonturenverhaal voor lezers vanaf 9 jaar.

Nu wil ik een tweede boek gaan schrijven. Daarvoor heb ik al wat ideeën en scènes op papier gezet. In een volgend blogbericht kan ik hier misschien meer over vertellen. Behalve het boek en de blogberichten, schrijf ik af en toe korte stukjes die ik op deze website zal plaatsen onder het kopje ‘cursiefjes’.

Veel leesplezier,
Ella Sovulo


logo

Verder Bericht

Vorige Bericht

© 2026 Sovulo

Thema door Anders Norén